stankafsluiter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een met water gevuld gebogen stuk buis in de vorm van een zwanenhals die verhindert dat de stank van het riool in huis te ruiken is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stankafsluiters | meervoud |
| stankafsluitertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stankafsluitertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stank en afsluiter
Woordfamilie van stankafsluiter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stankafsluiters | meervoud | stankafsluiter |
| stankafsluitertje | verkleinwoord | stankafsluiter |
| stankafsluitertjes | verkleinwoord meervoud | stankafsluiter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stankafsluiter zijn vastgelegd.