staldeur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de ingang of uitgang van een ruimte waarin dieren verblijven op een boerderij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staldeuren | meervoud |
| staldeurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| staldeurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stal en deur
Woordfamilie van staldeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| staldeuren | meervoud | staldeur |
| staldeurtje | verkleinwoord | staldeur |
| staldeurtjes | verkleinwoord meervoud | staldeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staldeur zijn vastgelegd.