stadhouder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de plaatsvervanger van een afwezige vorst in een leen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stadhouders | meervoud |
| stadhoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stadhoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘plaatsvervanger van vorst’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van stadhouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stadhouders | meervoud | stadhouder |
| stadhoudertje | verkleinwoord | stadhouder |
| stadhoudertjes | verkleinwoord meervoud | stadhouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stadhouder zijn vastgelegd.