stabiliteitspact
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in 1997 door de lidstaten van de Europese Unie gesloten pact, waarin afspraken zijn vastgelegd om binnen een bepaalde termijn het begrotingstekort binnen strikte grenzen te houden om de waarde van de euro te garanderen, in december 2011 uitgebreid tot het versterkte stabiliteitspact waarin meer mogelijkheden zijn sancties op te leggen aan de lidstaten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stabiliteitspacten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van stabiliteit en pact met het invoegsel -s-
Woordfamilie van stabiliteitspact
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stabiliteitspacten | meervoud | stabiliteitspact |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stabiliteitspact zijn vastgelegd.