staatsburgerschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de hoedanigheid van het staatsburger zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staatsburgerschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| staatsburgerschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| staatsburgerschappen | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van staatsburger met het achtervoegsel -schap.
Woordfamilie van staatsburgerschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| staatsburgerschapje | verkleinwoord | staatsburgerschap |
| staatsburgerschapjes | verkleinwoord meervoud | staatsburgerschap |
| staatsburgerschappen | meervoud | staatsburgerschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staatsburgerschap zijn vastgelegd.