sporadisch
bijvoeglijk naamwoord, bijwoordBetekenis
- niet algemeen voorkomend, zeldzaam
- zelden voorkomend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sporadische | verbogen, stellende trap |
| sporadischer | onverbogen, vergrotende trap |
| sporadischere | verbogen, vergrotende trap |
| sporadischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zelden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1863
Woordfamilie van sporadisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sporadische | verbogen vorm | sporadisch |
| sporadischer | vergrotende trap | sporadisch |
| sporadischere | verbogen vergrotende trap | sporadisch |
| sporadischers | partitieve vergrotende trap | sporadisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sporadisch zijn vastgelegd.