spiegelglas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- met een spiegelende laag bedekt gepolijst glas, geschikt dus om spiegels mee te maken
- aan beide zijden gepolijst en geslepen glas dat door het polijsten zeer glad is en daardoor extra spiegelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spiegelglaasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spiegelglaasjes | verkleinwoord, meervoud |
| spiegelglazen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van spiegel en glas
Woordfamilie van spiegelglas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spiegelglaasje | verkleinwoord | spiegelglas |
| spiegelglaasjes | verkleinwoord meervoud | spiegelglas |
| spiegelglazen | meervoud | spiegelglas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spiegelglas zijn vastgelegd.