sperma
zelfstandig naamwoord ˈspɛrmaBetekenis
- zaadvocht.
- zaad .
Hoe spreek je sperma uit?
/ˈspɛrma/
Sperma bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- vloeistof met zaadcellen zoals die door mannelijke dieren wordt geproduceerd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spermaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spermaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Latijn sperma van Oudgrieks σπέρμα (spérma) "zaad", in de betekenis van ‘mannelijk zaad’ aangetroffen vanaf 1685
Woordfamilie van sperma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spermaatje | verkleinwoord | sperma |
| spermaatjes | verkleinwoord meervoud | sperma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sperma zijn vastgelegd.