speelvlak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het hele speelterrein (voor een voorstelling) of een van de delen waarin een speelveld is ingedeeld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelvlakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelvlakjes | verkleinwoord, meervoud |
| speelvlakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van spelen ww en vlak zn
Woordfamilie van speelvlak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelvlakje | verkleinwoord | speelvlak |
| speelvlakjes | verkleinwoord meervoud | speelvlak |
| speelvlakken | meervoud | speelvlak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelvlak zijn vastgelegd.