speeltuig
zelfstandig naamwoordBetekenis
- apparaat waarmee men kan spelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speeltuigen | meervoud |
| speeltuigje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speeltuigjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van spelen ww en tuig zn
Woordfamilie van speeltuig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speeltuigen | meervoud | speeltuig |
| speeltuigje | verkleinwoord | speeltuig |
| speeltuigjes | verkleinwoord meervoud | speeltuig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speeltuig zijn vastgelegd.