speelstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- figuren waarmee je speelt op een bordspel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| speelstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van spelen "ww" en stuk zn
Woordfamilie van speelstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelstukje | verkleinwoord | speelstuk |
| speelstukjes | verkleinwoord meervoud | speelstuk |
| speelstukken | meervoud | speelstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelstuk zijn vastgelegd.