speelkameraad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kameraad voor het spelen (van een kind)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelkameraadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelkameraadjes | verkleinwoord, meervoud |
| speelkameraads | meervoud |
| speelkameraden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van speel ww en kameraad
Woordfamilie van speelkameraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelkameraadje | verkleinwoord | speelkameraad |
| speelkameraadjes | verkleinwoord meervoud | speelkameraad |
| speelkameraads | meervoud | speelkameraad |
| speelkameraden | meervoud | speelkameraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelkameraad zijn vastgelegd.