speelgoedauto
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een auto in klein formaat voor kinderen om mee te spelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelgoedauto's | meervoud |
| speelgoedautootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelgoedautootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van speelgoed en auto
Woordfamilie van speelgoedauto
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelgoedauto's | meervoud | speelgoedauto |
| speelgoedautootje | verkleinwoord | speelgoedauto |
| speelgoedautootjes | verkleinwoord meervoud | speelgoedauto |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelgoedauto zijn vastgelegd.