spaarzegel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stukje papier met een kleeflaag aan de achterkant (zoals een postzegel dat je krijgt bij aankopen in een winkel en dat je kan plakken op een spaarkaart bij een volle spaarkaart krijg je beloning.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spaarzegels | meervoud |
| spaarzegeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spaarzegeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van spaar ww en zegel
Woordfamilie van spaarzegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spaarzegels | meervoud | spaarzegel |
| spaarzegeltje | verkleinwoord | spaarzegel |
| spaarzegeltjes | verkleinwoord meervoud | spaarzegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spaarzegel zijn vastgelegd.