soundcheck
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsɑuntʃɛkBetekenis
- voor het begin van een optreden uitproberen of de geluidsinstallatie goed werkt (door de geluidsmensen en de optredenden)
- voor het begin van een voorstelling uitproberen of de geluidsinstallatie goed werkt
Hoe spreek je soundcheck uit?
/ˈsɑuntʃɛk/
Soundcheck bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɑu | koud |
| n | nek |
| t | tak |
| ʃ | sjaal |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| soundchecks | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soundchecken
- gebiedende wijs van soundchecken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soundchecken
Vervoeging van soundcheck
soundcheckhele werkwoord
Herkomst
van Engels soundcheck
Woordfamilie van soundcheck
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| soundchecks | meervoud | soundcheck |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van soundcheck zijn vastgelegd.