sortie
zelfstandig naamwoord sɔrˈtiBetekenis
- vlucht van één oorlogsvliegtuig als onderdeel van een militaire operatie
- kleine poort van een vesting, geschikt voor aanvallen op belegeraars
- plotseling fel geuite kritiek
- lancering van een bepaald idee
- het verlaten van een bepaalde omgeving
- het ergens heen gaan om je te vermaken
- mouwloze avondmantel voor dames
- (rooms-katholiek) orgelmuziek bij het verlaten van de kerk na een bijzondere mis
- toegangsbewijs waarmee je een evenement tijdelijk kan verlaten
- (autoracen) met de auto van de weg af raken
- afrit van een brede weg naar gebieden die niet aan de weg liggen
- uitgang
Hoe spreek je sortie uit?
/sɔrˈti/
Sortie bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- orgelmuziek bij het verlaten van de kerk na een bijzondere mis
- met de auto van de weg af raken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sorties | meervoud |
| sortietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sortietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans sortie **[1] via Engels sortie **[6] van sortie de bal **[8] van sortie de route
Woordfamilie van sortie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sorties | meervoud | sortie |
| sortietje | verkleinwoord | sortie |
| sortietjes | verkleinwoord meervoud | sortie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sortie zijn vastgelegd.