snoerschakelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aan een elektrisch snoer bevestigde druk- of tuimelschakelaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snoerschakelaars | meervoud |
| snoerschakelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snoerschakelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van snoer en schakelaar
Woordfamilie van snoerschakelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snoerschakelaars | meervoud | snoerschakelaar |
| snoerschakelaartje | verkleinwoord | snoerschakelaar |
| snoerschakelaartjes | verkleinwoord meervoud | snoerschakelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snoerschakelaar zijn vastgelegd.