snelheidsbegrenzer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorziening in motorvoertuigen om rijden boven een bepaalde maximumsnelheid tegen te gaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snelheidsbegrenzers | meervoud |
| snelheidsbegrenzertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snelheidsbegrenzertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van snelheid en begrenzer met het invoegsel -s-
Woordfamilie van snelheidsbegrenzer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snelheidsbegrenzers | meervoud | snelheidsbegrenzer |
| snelheidsbegrenzertje | verkleinwoord | snelheidsbegrenzer |
| snelheidsbegrenzertjes | verkleinwoord meervoud | snelheidsbegrenzer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snelheidsbegrenzer zijn vastgelegd.