smalspoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- spoorbaan met geringere spoorbreedte dan normaalspoor
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| smalspoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| smalspoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| smalsporen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘smalle spoorbaan’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van smalspoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| smalspoortje | verkleinwoord | smalspoor |
| smalspoortjes | verkleinwoord meervoud | smalspoor |
| smalsporen | meervoud | smalspoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smalspoor zijn vastgelegd.