sleutelbloem
zelfstandig naamwoord /'sløtəlblum/Betekenis
- een vroeg in het voorjaar bloeiende plant die het bloei seizoen opent
Hoe spreek je sleutelbloem uit?
/ˈsløtəlblum/
Sleutelbloem bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ø | deur |
| t | tak |
| ə | de |
| b | bak |
| u | boek |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een geslacht Primula van meer dan 500 soorten laaggroeiende planten uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae). Sommige soorten worden gekweekt vanwege hun decoratieve bloemen. overblijvende soorten bloeien in het voorjaar. De kleur van de bloemen varieert van paars, geel, rood en roze tot wit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sleutelbloemen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘primula’ voor het eerst aangetroffen in 1514
Woordfamilie van sleutelbloem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sleutelbloemen | meervoud | sleutelbloem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sleutelbloem zijn vastgelegd.