slaschotel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gerecht met als hoofdbestanddeel sla en/of rauwe groente met een dressing
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slaschotels | meervoud |
| slaschoteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slaschoteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van sla en schotel
Woordfamilie van slaschotel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slaschotels | meervoud | slaschotel |
| slaschoteltje | verkleinwoord | slaschotel |
| slaschoteltjes | verkleinwoord meervoud | slaschotel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slaschotel zijn vastgelegd.