sits
zelfstandig naamwoordBetekenis
- met bonte, kleine figuren op lichte grond handbeschilderd of bedrukt katoen
- sitspapier
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sitsen | meervoud |
| sitsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sitsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van het Engelse 'chintz', in de betekenis van ‘bont katoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1659
Woordfamilie van sits
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sitsen | meervoud | sits |
| sitsje | verkleinwoord | sits |
| sitsjes | verkleinwoord meervoud | sits |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sits zijn vastgelegd.