sit-in
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zitstaking, zitblokkade
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sit-innetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sit-innetjes | verkleinwoord, meervoud |
| sit-ins | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zitstaking’ voor het eerst aangetroffen in 1966
Woordfamilie van sit-in
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sit-innetje | verkleinwoord | sit-in |
| sit-innetjes | verkleinwoord meervoud | sit-in |
| sit-ins | meervoud | sit-in |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sit-in zijn vastgelegd.