Sint-Maartenaar
zelfstandig naamwoord sɪntˈmartəˌnarBetekenis
- een inwoner van Sint-Maarten, of iemand afkomstig uit Sint-Maarten
Hoe spreek je Sint-Maartenaar uit?
/sɪntˈmartəˌnar/
Sint-Maartenaar bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| m | maan |
| a | maan |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bewoner van het eiland Sint-Maarten, of iemand afkomstig van dat eiland; ongeacht of het om het bij Nederland of het bij Frankrijk horende deel gaat.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Sint-Maartenaars | meervoud |
| Sint-Maartenaren | meervoud |
Herkomst
afgeleid van Sint-Maarten met het achtervoegsel -aar, geschreven met koppelteken volgens spellingregel 6.I onder (4) Het deel van het eiland dat tot het Koninkrijk der Nederlanden behoort heeft voor zijn naam de schrijfwijze met een spatie gekozen die beter aansluit bij het aldaar veel gesproken Engels en die op grond van het donorprincipe doorslaggevend is. Zo is kan er dus met een koppelteken worden aangegeven dat men op de bewoners van het hele eiland doelt in plaats van alleen de burgers van het deel dat niet tot Frankrijk hoort.
Woordfamilie van Sint-Maartenaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Sint-Maartenaars | meervoud | Sint-Maartenaar |
| Sint-Maartenaren | meervoud | Sint-Maartenaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Sint-Maartenaar zijn vastgelegd.