simplex
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- enkelvoud
- enkelvoudig woord
- uit een eenheid bestaand, in één richting werkend
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| simplexen | meervoud |
| simplicia | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘enkelvoud(ig woord)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1826
Woordfamilie van simplex
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| simplexen | meervoud | simplex |
| simplicia | meervoud | simplex |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van simplex zijn vastgelegd.