shelter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schuilplaats
- eenvoudige kampeertent
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| shelters | meervoud |
| sheltertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sheltertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘schuilplaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976
Woordfamilie van shelter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| shelters | meervoud | shelter |
| sheltertje | verkleinwoord | shelter |
| sheltertjes | verkleinwoord meervoud | shelter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van shelter zijn vastgelegd.