service
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈsʏːrvɪs/Betekenis
- bediening, diensten ten behoeve van de klanten
- het de lucht inspelen van de bal om deze zo in het spel te brengen
- dienst, eredienst, godsdienstoefening, kerkdienst, religieuze plechtigheid
- bediening
Hoe spreek je service uit?
/ˈsʏrvɪs/
Service bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ʏ | put |
| r | rood |
| v | vis |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| services | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van servicen
- gebiedende wijs van servicen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van servicen
- aanvoegende wijs van servicen
Vervoeging van service
servicehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bediening’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van service
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| services | meervoud | service |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van service zijn vastgelegd.