scrum
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- spelhervatting bij rugby waarbij de twee teams tegen elkaar drukken met de schouders
- het in korte tijd werkende software produceren door een multidisciplinair team
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scrums | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scrummen
- gebiedende wijs van scrummen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scrummen
Vervoeging van scrum
scrumhele werkwoord
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van scrum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scrums | meervoud | scrum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scrum zijn vastgelegd.