scrotum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zak waarin de zaadballen zitten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scrotums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘balzak’ voor het eerst aangetroffen in 1604
Woordfamilie van scrotum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scrotums | meervoud | scrotum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scrotum zijn vastgelegd.