schuldencrisis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- politieke en financieel-economische onrust en onzekerheid veroorzaakt door het op zich nemen van een te grote schuldenlast en/of begrotingstekort van een staat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuldencrises | meervoud |
| schuldencrisisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuldencrisisjes | verkleinwoord, meervoud |
| schuldencrisissen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schuld en crisis met het invoegsel -en-
Woordfamilie van schuldencrisis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuldencrises | meervoud | schuldencrisis |
| schuldencrisisje | verkleinwoord | schuldencrisis |
| schuldencrisisjes | verkleinwoord meervoud | schuldencrisis |
| schuldencrisissen | meervoud | schuldencrisis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuldencrisis zijn vastgelegd.