schouwspel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een spel dat een publiek van toeschouwers beoogt te boeien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schouwspelen | meervoud |
| schouwspelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schouwspelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘tafereel’ voor het eerst aangetroffen in 1598
Woordfamilie van schouwspel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schouwspelen | meervoud | schouwspel |
| schouwspelletje | verkleinwoord | schouwspel |
| schouwspelletjes | verkleinwoord meervoud | schouwspel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schouwspel zijn vastgelegd.