schoorsteenveger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon wiens werk het verwijderen van roet uit schoorstenen is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoorsteenvegers | meervoud |
| schoorsteenvegertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoorsteenvegertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘iem. die schoorstenen schoonmaakt’ voor het eerst aangetroffen in 1596
Woordfamilie van schoorsteenveger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoorsteenvegers | meervoud | schoorsteenveger |
| schoorsteenvegertje | verkleinwoord | schoorsteenveger |
| schoorsteenvegertjes | verkleinwoord meervoud | schoorsteenveger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoorsteenveger zijn vastgelegd.