schoonbroer
zelfstandig naamwoord /ˈsxombruːr/Betekenis
- de echtgenoot van iemands broer of zus, of de broer van iemands echtgenoot of echtgenote
Hoe spreek je schoonbroer uit?
/ˈsxombrur/
Schoonbroer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| o | boot |
| m | maan |
| b | bak |
| r | rood |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoonbroers | meervoud |
| schoonbroertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoonbroertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zwager’ voor het eerst aangetroffen in 1555
Woordfamilie van schoonbroer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoonbroers | meervoud | schoonbroer |
| schoonbroertje | verkleinwoord | schoonbroer |
| schoonbroertjes | verkleinwoord meervoud | schoonbroer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoonbroer zijn vastgelegd.