schooltijd
zelfstandig naamwoord ˈsxoltɛitBetekenis
- De levensfase dat men naar school gaat.
- De tijden van de dag dat men naar school gaat.
Hoe spreek je schooltijd uit?
/ˈsxoltɛit/
Schooltijd bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| o | boot |
| l | land |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schooltijden | meervoud |
| schooltijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schooltijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van school en tijd
Woordfamilie van schooltijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schooltijden | meervoud | schooltijd |
| schooltijdje | verkleinwoord | schooltijd |
| schooltijdjes | verkleinwoord meervoud | schooltijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schooltijd zijn vastgelegd.