schooldokter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- arts, belast met vooral preventieve gezondheidszorg en -voorlichting, veiligheid en hygiëne op school
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schooldokters | meervoud |
| schooldoktertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schooldoktertjes | verkleinwoord, meervoud |
| schooldoktoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van school en dokter
Woordfamilie van schooldokter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schooldokters | meervoud | schooldokter |
| schooldoktertje | verkleinwoord | schooldokter |
| schooldoktertjes | verkleinwoord meervoud | schooldokter |
| schooldoktoren | meervoud | schooldokter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schooldokter zijn vastgelegd.