schofthoogte
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de afstand bij een dier tussen de grond en de schoft: bovenrand van de wervelkolom ter hoogte van de schouder.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schofthoogten | meervoud |
| schofthoogtes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schoft en hoogte
Woordfamilie van schofthoogte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schofthoogten | meervoud | schofthoogte |
| schofthoogtes | meervoud | schofthoogte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schofthoogte zijn vastgelegd.