schoelje
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een laaghartig persoon
- scheldwoord om aan te geven dat je iemand niet aardig vind
- een arm persoon
zelfstandig naamwoord — neuter
- een laaghartig, verdorven persoon; vaak ook gebruikt om een hele groep mee aan te duiden pejorative
- een arm, berooid persoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoeljes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, precieze etymologie onduidelijk; mogelijk van Oudfrans escoilli ("eunuch"), of Middelfrans escouillon, escouvillon ("ovendweil"). Het zou verder zijn te herleiden tot Latijn scopa ("bezem"). . In de betekenis van ‘bandiet, schurk’ voor het eerst aangetroffen in 1700
Woordfamilie van schoelje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoeljes | meervoud | schoelje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoelje zijn vastgelegd.