schijnwerper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een sterke lamp voorzien van een lenzenstelsel dat een krachtige lichtbundel uitzendt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schijnwerpers | meervoud |
| schijnwerpertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schijnwerpertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zoeklicht’ voor het eerst aangetroffen in 1937
Woordfamilie van schijnwerper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schijnwerpers | meervoud | schijnwerper |
| schijnwerpertje | verkleinwoord | schijnwerper |
| schijnwerpertjes | verkleinwoord meervoud | schijnwerper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schijnwerper zijn vastgelegd.