schelp
zelfstandig naamwoord /sxɛlp/Betekenis
- een uit kalk (calciet en/of aragoniet) en andere mineralen bestaand, gewoonlijk uitwendig skelet, dat door een weekdier (stam der ) wordt aangemaakt
- de zachte kleur van schelpen
- het uitwendig deel van het menselijk oor
Hoe spreek je schelp uit?
/sxɛlp/
Schelp bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| l | land |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- uit kalk (calciet en/of aragoniet) en andere mineralen bestaand, gewoonlijk uitwendig skelet, dat door een weekdier (stam der Mollusca) wordt aangemaakt
Herkomst
In de betekenis van ‘schaal (van weekdier)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van schelp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schelpen | meervoud | schelp |
| schelpje | woordvorm | schelp |
| schelpjes | meervoud | schelp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schelp zijn vastgelegd.