scheidsrechter
zelfstandig naamwoord /'sxɛɪtsrɛxtər/Betekenis
- lid van een scheidsgerecht
- iemand die bij wedstrijden het toezicht houdt op de naleving van de spelregels
Hoe spreek je scheidsrechter uit?
/ˈsxɛitsrɛxtər/
Scheidsrechter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheidsrechters | meervoud |
| scheidsrechtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheidsrechtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van scheid ww en rechter met het invoegsel -s-
Woordfamilie van scheidsrechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheidsrechters | meervoud | scheidsrechter |
| scheidsrechtertje | verkleinwoord | scheidsrechter |
| scheidsrechtertjes | verkleinwoord meervoud | scheidsrechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheidsrechter zijn vastgelegd.