scheepsdokter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dokter op een zeeschip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheepsdokters | meervoud |
| scheepsdoktertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheepsdoktertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schip zn en dokter zn met het invoegsel -s- met klankverandering i - ee (IPA: /ɪ/ -/e/)
Woordfamilie van scheepsdokter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheepsdokters | meervoud | scheepsdokter |
| scheepsdoktertje | verkleinwoord | scheepsdokter |
| scheepsdoktertjes | verkleinwoord meervoud | scheepsdokter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheepsdokter zijn vastgelegd.