scepter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- sierlijk bewerkte staf, symbool voor het gezag van een regerende vorst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scepters | meervoud |
| sceptertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sceptertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘koningsstaf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van scepter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scepters | meervoud | scepter |
| sceptertje | verkleinwoord | scepter |
| sceptertjes | verkleinwoord meervoud | scepter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scepter zijn vastgelegd.