scenario
zelfstandig naamwoord /sə.ˈna.ri.jo/Betekenis
- een kort uitgewerkt schema voor de handeling van een dramatisch werk, zoals een toneelstuk, opera of film
- een samenvattend overzicht van de chronologische samenhang tussen bepaalde gebeurtenissen
Hoe spreek je scenario uit?
/səˈnarijo/
Scenario bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| a | maan |
| r | rood |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scenario's | meervoud |
| scenariootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scenariootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘draaiboek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832
Woordfamilie van scenario
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scenario's | meervoud | scenario |
| scenariootje | verkleinwoord | scenario |
| scenariootjes | verkleinwoord meervoud | scenario |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scenario zijn vastgelegd.