sap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vloeibare substantie (vocht) meestal afkomstig van planten en dan vaak gebruikt om te drinken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sapjes | verkleinwoord, meervoud |
| sappen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vocht’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van sap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sapje | verkleinwoord | sap |
| sapjes | verkleinwoord meervoud | sap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sap zijn vastgelegd.