salmonella
zelfstandig naamwoord ˌsɑlmoˈnɛlaBetekenis
- die onderdeel zijn van de natuurlijke darmflora van pluimvee, varkens, runderen, reptielen en huisdieren die bij de mens verschillende ziekten kunnen veroorzaken
Hoe spreek je salmonella uit?
/ˌsɑlmoˈnɛla/
Salmonella bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɑ | bad |
| l | land |
| m | maan |
| o | boot |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| a | maan |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- geslacht van gram-negatieve staafvormige bacteriën, Salmonella, die onderdeel zijn van de natuurlijke darmflora van pluimvee, varkens, runderen, reptielen en huisdieren die bij de mens verschillende ziekten kunnen veroorzaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| salmonella's | meervoud |
| salmonellaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| salmonellaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
eponiem, van modern Latijn salmonella, genoemd naar de 19e-eeuwse Amerikaanse dierenarts D.E.Salmon wiens assistent T. Smith in 1885 de eerste soort in dit geslacht, Salmonella choleraesuis ontdekte; in de betekenis van ‘bacterie’ voor het eerst aangetroffen in 1934
Woordfamilie van salmonella
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| salmonella's | meervoud | salmonella |
| salmonellaatje | verkleinwoord | salmonella |
| salmonellaatjes | verkleinwoord meervoud | salmonella |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van salmonella zijn vastgelegd.