ruwdoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wollendweefsel zoals het van het weeftoestel komt en nog tot laken verwerkt moet worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ruwdoeken | meervoud |
| ruwdoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ruwdoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ruw bn en doek zn
Woordfamilie van ruwdoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ruwdoeken | meervoud | ruwdoek |
| ruwdoekje | verkleinwoord | ruwdoek |
| ruwdoekjes | verkleinwoord meervoud | ruwdoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruwdoek zijn vastgelegd.