rustoord
zelfstandig naamwoord ˈrʏstortBetekenis
- stille omgeving waar je je kunt ontspannen
- instelling waar men verblijft om van ziekte of andere uitputting kan herstellen
- huisvesting voor mensen na hun werkzame leven
Hoe spreek je rustoord uit?
/ˈrʏstort/
Rustoord bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rustoorden | meervoud |
| rustoordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rustoordjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rust ww en oord zn
Woordfamilie van rustoord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rustoorden | meervoud | rustoord |
| rustoordje | verkleinwoord | rustoord |
| rustoordjes | verkleinwoord meervoud | rustoord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rustoord zijn vastgelegd.