rustdag
zelfstandig naamwoord ˈrʏsdɑxBetekenis
- een dag dat men niet werkt of sport
Hoe spreek je rustdag uit?
/ˈrʏsdɑx/
Rustdag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| s | sok |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rustdagen | meervoud |
| rustdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rustdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rust en dag
Woordfamilie van rustdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rustdagen | meervoud | rustdag |
| rustdagje | verkleinwoord | rustdag |
| rustdagjes | verkleinwoord meervoud | rustdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rustdag zijn vastgelegd.