ruptuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verscheuring
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rupturen | meervoud |
| ruptuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ruptuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘breuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650
Woordfamilie van ruptuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rupturen | meervoud | ruptuur |
| ruptuurtje | verkleinwoord | ruptuur |
| ruptuurtjes | verkleinwoord meervoud | ruptuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruptuur zijn vastgelegd.