ruitensproeier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- installatie om de ruiten van een auto in combinatie met de ruitenwisser schoon te sproeien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ruitensproeiers | meervoud |
| ruitensproeiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ruitensproeiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ruit en sproeier met het invoegsel -en-
Woordfamilie van ruitensproeier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ruitensproeiers | meervoud | ruitensproeier |
| ruitensproeiertje | verkleinwoord | ruitensproeier |
| ruitensproeiertjes | verkleinwoord meervoud | ruitensproeier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruitensproeier zijn vastgelegd.